Principes

De tekst en de video's op deze pagina zijn bedoeld als ondersteuning van de lessen. De cijfers in de tekst verwijzen naar de nummers in de afspeellijst van de video. De videocursus van Diego Blanco & Ana Padron bestaat uit 47 filmpjes. Door links bovenin op de drie streepjes te klikken, open je de afspeellijst en kun je zoeken naar een onderwerp.

Tango leren – videocursus in 47 lessen

De principes van de Argentijnse tango

De Argentijnse tango ontstond in het Spaanstalige Argentinië en daardoor zijn veel aanduidingen Spaans. Doordat de tango in steeds meer landen wordt gedanst, zijn ook Engelse termen gangbaar en soms worden Spaanse, Nederlandse en Engelse termen door elkaar gebruikt. Tango dansen doe je samen als leider en volger. Meestal is de leider een man en de volger een vrouw, maar dat is niet noodzakelijk. Man en vrouw kunnen van rol wisselen en ook kunnen twee vrouwen of twee mannen samen dansen.

De danshouding

De Argentijnse tango is een dans van improvisatie. Je danst geen voorgeschreven figuren zoals bij veel andere dansen het geval is. Bij de tango gaat het vooral om het samenspel van de leider en de volger. Ze maken de dans samen (it takes two to tango) en er is dus geen sprake van slaafs volgen. Dat alles begint met een goede danshouding. We noemen die de omhelzing (embrace of embraza). Daarvan zijn twee varianten: de open (open embrace) en de gesloten (close embrace). In de open embrace houden de dansers een zekere afstand en in close embrace dansen ze met de borst tegen elkaar. De leider laat met zijn lichaam (torso) voelen welke kant hij op wil. De armen blijven stil, zowel in open als in close embrace. (Zie video 11)

Het is de kunst om tijdens het dansen een goede houding te hebben. Leider en volger maken in de omhelzing verbinding met elkaar, maar blijven tegelijk zelfstandig. Als ze elkaar los zouden laten, blijven ze allebei staan. We noemen dit ook wel 'in je eigen as' dansen. (zie video 12)

Leiden en volgen

De leider geeft vanuit zijn torso een implus (een lichte druk) naar voren of opzij. De impuls kan ook naar achteren gericht zijn. De volger houdt haar bovenlichaam recht waardoor de energie van de impuls door haar lichaam naar haar benen gaat en dat resulteert in een stap naar achteren opzij of naar voren. De leider kan met zijn torso ook een draaiende impuls geven. Het resultaat is dat de volger op haar standbeen draait. (zie video 13)

Lopen 

De basis van het dansen van de Argentijnse tango is het lopen, de caminiada (wandelen of stappen). In alle lessen besteden we hieraan veel aandacht, ook in de gevorderde lessen. Het lopen lijkt het eenvoudigste onderdeel, want lopen is onze meest natuurlijke beweging. In omhelzing met een danspartner is het plotseling een stuk minder eenvoudig. De kwaliteit van je lopen bepaalt voor het grootste deel de kwaliteit van je dansen. Het lopen kan op twee manieren. Als je normaal op straat loopt, zet je je ene voet voor de andere. Dat kan ook in de tango. De tweede manier is: naar voren stappen en je andere voet aansluiten. Als je erop gaat staan dan wissel je van voet, zoals we dat noemen. Als de leider dat duidelijk laat voelen, zal de volger ook van voet wisselen. Het wisselen van voet heet ook wel cambio de peso. (zie video 14)

Bij het lopen zijn de voeten van de leider en volger recht tegenover elkaar. We noemen dat het spoor. De leider en volger kunnen in elkaars spoor lopen, maar het is ook mogelijk om een stap buiten of naast het spoor te doen, bijvoorbeeld als de leider schuin naar voren stapt.

Als de leider met links naar voren stapt, stapt de volger met rechts naar achter. We noemen dit het parallel systeem. Wanneer de leider met links naar voren stapt en de volger met links naar achteren noemen we dat het gekruist systeem. Deze termen worden in de lessen veel gebruikt.

Dansen op muziek

Een goede omhelzing, een goed houding en op een correcte manier leiden en volgen, je leert het door veel te oefenen. In video 15 laten Diego Blanco & Ana Padron zien hoe je alles op een goede manier toepast in de dans. De muziek van de Argentijnse tango heeft een vierkwartsmaat. Je herkent dat aan de sterkere beat op de eerste tel van iedere maat. In de tango horen steeds twee maten van vier tellen bij elkaar. De basispas bestaat dan ook uit acht tellen. (zie video 15)